Teksten uit mijn boek 'Het leven leren leven'

 

Een deel van het Voorwoord:

 

Dit is geen boek dat zich gewoon laat lezen. Het is meer een middel om eens stil te staan bij het eigen leven. De woorden en thema’s die in de hoofdstuktitels gebruikt worden zullen de lezer voor het overgrote deel bekend voorkomen, maar de waarheid over de menselijke ziel die erin beschreven wordt, is zo krachtig en verrassend, dat de lezer er goed aan doet om het boek in kleine porties door te nemen.

 

De algemene strekking van dit boek is dat een mens die volwaardig wil leven, er eens in zijn leven voor zou moeten kiezen om zijn leven te keren. Dat wil zeggen: de aandacht richten op het diepste - in wezen goddelijke - verlangen dat in zijn ziel verborgen zit. Dat is voor mensen in een cultuur als de onze, die de menselijke aandacht in zo extreme mate naar buiten trekt, een hele grote opgave. Menselijk geluk en vrede in de wereld is echter uitsluitend in de menselijke ziel te vinden, de plaats waar in ieder mens de vrijheid van leven en het diepste verlangen schuilt.

Iets over de ontstaansgeschiedenis van dit boek. Na 28 jaar hard werken in verschillende onderwijsbanen bleek ik begin 2000 volledig opgebrand te zijn. Tijdens mijn herstel en zoektocht naar ander werk kwam een jaar later op een totaal onverwacht moment de gehele inhoudsopgave van dit boek 'bovendrijven', eerst deel I en deel II, een half jaar later ook nog deel III. In ongeveer een jaar tijd heb ik dus de 27 hoofdstukjes één voor één ingevuld.

 

De hoogmoed en drukte van een ‘normale baan’ heeft nu plaatsgemaakt voor nederigheid, en voor dankbaarheid voor het inzicht in de onvermoede ruimte van het menselijk bewustzijn. Nu weet ik dat ieder mens in een wereld leeft die hij zelf heeft geschapen. Maar ook weet ik dat de mens het zeer begenadigde wezen is dat vanwege het Allerhoogste Bewustzijn (anderen noemen het: het Al, God, de Oerkracht, de Onnoembare, ....) in de gelegenheid wordt gesteld om daar met liefdevolle aandacht dwars doorheen te kijken. En ik weet dat hij luisterend naar de stem van zijn ziel zich steeds kan blijven ontwikkelen.........

 

 

 

Enkele alinea's uit de Inleiding:

 

Werkelijke inzichten in het leven......

verkrijgt een mens niet via de weg van het verwerven van kennis, maar via de weg van het reflecteren op (deels onge-vraagde) levenservaringen en via geestelijke ervaringen die van Hogerhand komen. Daarover gaat dit boek. Over een vorm van mystiek zou men kunnen zeggen, want reflectie op het eigen leven, of beter gezegd: schouwen in de (geestelijke) erva-ringen van het eigen leven, is de bron van werkelijk inzicht. Mystiek wijst de mens de weg naar een niet-alledaags soort weten, een weten waarvan een mens voordat hij die weg in slaat, slechts kan vermoeden dat hij bestaat. Het besef dat zoiets voor een mensenleven belangrijk zou kunnen zijn, kan aanvankelijk nog heel erg vaag zijn.

Mystiek past alleen bij mensen die beseffen dat hun beeld van de wereld en van het leven niet compleet is, en dat er voor een mens nog veel dingen te leren zijn die niet door activiteiten van de menselijke geest ontdekt kunnen worden. Een mens moet ergens de behoefte voelen om intens en langdurig op zoek te gaan naar een diepere betekenis van het eigen leven, of van het menselijk leven in het algemeen, de wereld, het universum, kortom alles wat bestaat. En hij moet bereid zijn tot strijd in zijn innerlijk leven en hij moet ontvankelijk zijn voor onverwachte ingrepen van Hogerhand.

 

 

Mensen zijn uitermate mysterieuze wezens.

Het moge duidelijk zijn, dat de identiteit van een mens helemaal niet vast staat, niet bij de geboorte en in de jeugd niet, maar ook niet in de latere levensfasen, tot aan de ouderdom toe. Natuurlijk, het is mogelijk om een stevig, vastomlijnd beeld van de wer-kelijkheid op te bouwen en van daaruit de wereld te bekijken en te bespelen. Soms lijkt het wel of de mensen leven en praten alsof er geen existentiële vragen over het leven en de wereld bestaan. Maar er zijn zeker mensen die wel vragen hebben, over het leven en over de wereld, en ook over allerlei onzichtbare en welhaast onzegbare dingen.

Achter zijn beperkte begrip van de werkelijkheid kan een mens soms een dramatisch grote droefheid over het aardse bestaan voelen. Alleen de dichter in de mens lukt het om daar uitdrukking aan te geven.

Op een ander moment kan een mens een onbeschrijflijk grote vreugde voelen over een wijds perspectief op de werkelijkheid, waarin het eigen leven een zeer bescheiden plaats heeft.

Tussen die twee uitersten is het de mens gegeven om zichzelf vragen te stellen, niet alleen over concrete, dagelijkse dingen, maar ook over dingen die het dagelijks leven overstijgen. Een mens gaat zoeken naar antwoorden op die vragen. ‘Zingeving’ noemt men dat, het zoeken naar kaders die gebeurtenissen en verschijnselen in het leven een zin geven. Ieder mens is daar mee bezig, bij kleine alledaagse akkefietjes, én bij de grote levensvragen wanneer die zich hebben aangediend.

Misschien is het enige verschil tussen mensen die ogenschijnlijk zonder levensvragen leven en mensen met actuele levens-vragen, dat de laatsten niet zijn opgehouden met vragen stellen en antwoorden zoeken, en de eersten - tijdelijk - wel.

 

 

Een kolossale paradox.....

lijkt het menselijk leven. Mensen die zoekende zijn ontlenen een vorm van bestaanszekerheid aan iets wat op zichzelf geen enkele vastigheid kent: zoeken naar de betekenis van het leven, en steeds opnieuw de grenzen aan het begrip van het leven willen verleggen.

Men kan zich afvragen hoe het mogelijk is, dat het feit dat mensen hun leven in diepste wezen als een zoektocht ervaren, hen toch een gevoel van rust, zekerheid en geborgenheid geeft. Een antwoord is een zuiver ervaringsfeit , namelijk: het leven is in wezen een kwestie van permanent zoeken, tasten, verlan-gen, enz.. Iets wat een mens met verstandelijk denkwerk niet logisch kan afleiden uit bijvoorbeeld zijn verleden, zijn werk, zijn familieleven, e.d. Zelf ervaar ik het als een soort geschenk, een vorm van genade afkomstig uit een onbegrijpelijke, bovenmenselijke werkelijkheid. Het maakt een mens nederig om te beseffen, dat de werkelijkheid zoveel groter is dan hij kan bevatten.

Het bijzondere van inzichten die voortkomen uit levenservaringen is, dat zij van tevoren niet te bedenken zijn. Als levens-ervaringen zich hebben aangediend, staat hun betekenis een mens meestal meteen helder voor de geest - hoe moeilijk de inhoud ervan aanvankelijk ook te verwoorden mag zijn. Ze dragen de noodzaak in zich de inrichting van het eigen leven er voortaan door te laten sturen.

Een zoekende levensinstelling kan dus niet - achteraf - gerechtvaardigd worden door de beloningen (ervaringen, inzichten) die het oplevert. Een oprecht zoekende houding wordt a-priori als noodzakelijk, onvermijdelijk ervaren, omdat een mens het gevoel heeft dat er een ‘heilig moeten’ in het spel is. Hij weet dat het voor zijn leven van groot belang is, niet tegenstaan-de het feit dat het zijn eigen capaciteiten te boven gaat.

 

 

Wat heeft dit alles met mystiek te maken?

Het is mijn ervaring dat zoeken naar de betekenis van het leven alles te maken heeft met een groot, sterk en mysterieus verlangen. Niet een verlangen naar haalbare, aardse zaken, zoals mooie spullen, een fijne vakantie, een mooi concert, een lieve partner, succes in het werk, e.d. Maar een verlangen naar - wat ik hierboven noemde - zingeving: beelden, ervaringen, kaders, inzichten die de bezigheden in en gedachten over het leven in een ruim, helder en liefdevol perspectief plaatsen.

Men zou ook kunnen zeggen: een verlangen om de dramatische droefheid over het (aardse) leven met al zijn teleurstellingen af en toe even te mogen verruilen voor een alles overheersend inzicht in een nieuwe (hemelse) werkelijkheid. Het is een verlangen waarvan een mens op voorhand weet dat het realiseerbaar is, ook al zal er waarschijnlijk nooit een eind aan het zoeken komen zolang hij op aarde rondloopt. Dat is het verlangen waar mystici voortdurend en hartstochtelijk uiting aan geven. Bezig willen zijn met dit verlangen doet vermoeden dat een mens heeft ontdekt dat er in iedere mens een hemel in zijn aardse aanwezigheid schuilt. Wie eenmaal is begonnen met zoeken omdat zich uit eigen ervaring een gevoel van noodzaak heeft aangediend, kan er maar moeilijk afstand van nemen.

Hoe komt het toch, dat mensen zo geïnspireerd kunnen zijn om met dit onbestemde zoeken aan de slag te gaan? En dat er mystici bestaan? En dat er misschien wel in ieder mens een mysticus schuilt?

Om het kort samen te vatten: een mens is niet alleen een lichaam en geest, maar hij is ook en vooral een ziel.

Met lichaam en geest kan een mens in de aardse werkelijkheid denken, voelen, willen en handelen. Met zijn ziel kan hij naar het hemelse verlangen en kan hij zich verbonden voelen met alles en iedereen in het universum.

Veel mensen lijken vooral gebiologeerd - om niet te zeggen geobsedeerd - te zijn door wat lichaam en geest bezighoudt, zozeer dat ze de inhoud van hun ziel uit het oog verliezen. Men leeft vanuit de geest, zeg maar het denken, willen en voelen, en men vergeet dat de ware drijfveren van het leven in de ziel zetelen. Het evenwicht tussen geest en ziel, de laatste als inspi-rator en de eerste als uitvoerder, lijkt dan zoek te zijn. Dit schijnt typisch een probleem van de westerse cultuur te zijn.

Er wordt wel gezegd dat de westerse mens sinds Descartes, het begin van de Verlichting, collectief in de fout is gegaan.

De toenemende belangstelling voor oosterse levensbeschouwingen en religies kan men zien als een uiting van de behoefte om het evenwicht tussen geest en ziel te herstellen. Ook de hernieuwde interesse voor de christelijke mystiek kan daar op wijzen. De ziel mag er weer zijn en van zich doen spreken in de dagelijkse overpeinzingen van een mens. Dat is misschien ook wel de grootste winst van het postmoderne tijdperk sinds eind 20e eeuw. De weg van de ziel is immers bij uitstek een individuele aangelegenheid en onze postmoderne (individualistische, gefragmenteerde) cultuur biedt daar alle ruimte voor.

Nieuwe ruimte voor mystiek dus, want die is gericht op het (terug)vinden en volgen van de wegen / beweegredenen van de ziel in het dagelijks leven. Misschien breekt langzamerhand de tijd aan dat ook mensen in het westen aan werkelijke verlichting (van hun ziel) kunnen gaan werken.

 

 

Mystiek gaat dus over innerlijke, geestelijke ervaringen die in het eigen leven een grote betekenis hebben. Ervaringen die aardse bezigheden, relaties, denken, e.d. in een nieuw licht plaatsen. Een ander kan een mens daar niets over vertellen, zelfs de beste therapeut niet. Wel kunnen zij soms helpen om gemakkelijker en vaker betekenis te leren zien in gebeurtenissen die een mens overkomen.

Sommige inzichten of ervaringen komen als een flits, bij wakker zijn of in een droom, anderen rijpen heel, heel langzaam. Op een dag ziet de wereld er heel anders uit. Zo kan het wakker worden van de ziel inwerken op het dagelijks leven. Het is belangrijk om te beseffen dat een mens die inzichten en ervaringen niet met zijn verstand kan beredeneren omdat ze uit het gebied van de ziel afkomstig zijn. En ook is het zo dat een mens van tevoren nooit weet welke inzichten of ervaringen zich zullen aandienen, noch wanneer. Men kan er niet op gaan zitten wachten. Wel kan een mens zijn wijze van leven er rijp voor maken.

 

 

Tot slot…

Ontvankelijk zijn voor inzichten en geestelijke ervaringen die een mens niet zelf heeft bedacht, gepland, voorbereid ...... dat is de kunst van het leven. Dit boek kan een mens, voorzover hij bereid is om met een onbevooroordeelde geest te lezen, daarbij enigszins op weg helpen.

 

 

Enkele delen uit de inleiding van deel II:

 

 

Het verschijnsel mens is een complex geheel.

Hij heeft een aantal zeer verschillende kenmerken die in zeer uiteenlopende mate ontwikkeld kunnen zijn.

Kort samengevat - in de vorm van een soort opsomming - ziet dat complexe geheel er als volgt uit:

 

* de mens is materie, die leeft (en daardoor materie naar zijn hand kan zetten)

 

* de mens is een levend wezen dat geestelijke vermogens bezit (en daardoor alles wat leeft kan beïnvloeden)

 

* de mens is een geestelijk wezen dat bezieling kan ervaren (wanneer hij heeft leren beseffen dat ‘er meer is tussen en hemel

en aarde’)

 

* de mens is een bezield wezen dat vrij is om vanuit een goede wil te leren leven (door meer en meer naar de stem van zijn

ziel te leren luisteren)

 

* de mens is een wezen van goede wil dat kan ontdekken, dat hij verlangt naar verlossing (van de aardse treurigheid waarin

hij is geboren)

 

* de mens is een verlangend wezen dat in bepaalde mate verlicht kan worden en voor zijn medemensen een zegen kan zijn

(in de mate waarin hij verlost is van de aardse treurigheid)

 

Het is alsof de mens bestaat uit een continuüm van bewustzijnsmogelijkheden die reiken van de levenloze materie waar hij uit bestaat (allerlei stoffen, water, e.d.) aan het ene uiteinde tot een volledig open, helder stralend, liefdevol en zegenrijk bewustzijn aan het andere uiteinde. Hiermee is niet gezegd dat deze opeenvolging van kenmerken een soort opdracht zou vertegenwoordigen die door ieder mens aan het eind van zijn leven uitgevoerd zou moeten zijn. Het wil alleen aangeven welke bewustzijnsmogelijkheden een mens, ieder mens wel te verstaan, in wezen tot zijn beschikking heeft. Het hangt van de omstandigheden, ervaringen en keuzes in het leven, en het eigen schouwen af hoe een mens in het leven staat en in hoeverre hij een zegen voor zijn omgeving kan zijn. De weg daar naar toe is vol obstakels waar een mens in de vorm van levenserva-ringen van leert. Met hulp van Hogerhand kan ieder mens die weg volgen, mits hij eerlijk accepteert wat het leven hem aan (geestelijke) ervaringen biedt. Het perspectief zoals hier geschetst is een uitnodiging om zichzelf als mens te ontwikkelen.

 

Een mens kan zich van steeds meer (vooral niet-materiële) mogelijkheden van zijn bestaan bewust worden. En daarmee kunnen ook steeds meer van de bovenstaande zes kenmerken van het verschijnsel mens concreet worden. Een mens kan zelf beseffen hoe hij er voor staat in het leven, en hij kan beseffen dat hij zich aan het ontwikkelen is, cq. dat hij behoefte heeft om zich verder te ontwikkelen. Misschien is het wel de kern of opdracht van het bestaan als mens dat een mens in de loop van zijn leven leert om de weg naar verdere ontwikkeling te zoeken. Of met andere woorden: om in te gaan op de invloed die vanuit Hogere Bewustzijnssferen op een mens wordt uitgeoefend om met steeds meer accepterende rust en liefdevolle aandacht in het leven te leren staan.

 

 

Twee van de bovenstaande zes bewustzijnsmogelijkheden passeren nu in het kort de revue:

 

De mens: een ziel

Het meest karakteristieke van de ziel is dat hij zichtbaar stralend is, als een lichtbron, een lichtgevend vuur. De ziel straalt door gebaren, woorden en daden van een mens heen. Een persoonlijke stijl van leven en een persoonlijke opgave of uitda-ging in het leven zijn tekenen dat een mens met ‘hart en ziel’ leeft.

Wat de ziel te zeggen heeft ervaart een mens als pure energie; lichaam en geest dienen om er een concrete vorm aan te geven.

Mensen kunnen erg verschillen in de mate waarin zij zich bewust zijn van het bestaan van hun ziel. Het is ook mogelijk dat een mens het zicht op zijn ziel totaal ontbeert of kwijt is geraakt. Het (terug)vinden van de stem van de eigen ziel is een bijzonder belangrijke ervaring in een mensenleven; niets geeft een leven meer richting en betekenis dan dat.

De ziel is het kenmerk van de mens waar hij met zijn geest niets van begrijpt. De ziel kan een mens alleen maar ervaren, en zich er gelukkig over voelen.

De ziel is een stukje van de bovennatuurlijke wereld; hij is het contact van de mens met Hogere Bewustzijnssferen, hem van Hogerhand gegeven.

De mens die naar de stem van zijn ziel kan luisteren weet dat hij zijn geest in zijn macht heeft. Hij beseft ook dat er een andere wereld mogelijk is, waar een hartstochtelijk verlangen naar uit gaat, en waar hij uit vrije wil aan kan werken.

 

De mens: een potentieel verlicht wezen

Verlichting is een kwaliteit van leven. Verlichting betekent dat een mens door oefening, ervaring en inzicht heeft geleerd om met rust en liefdevolle aandacht in het leven te staan, ten opzichte van zichzelf, en ten opzichte van zijn medemensen en de wereld. Het betekent dat een mens zijn ego-istische ideeën over dingen, mensen en toestanden heeft losgelaten, omdat hij heeft leren inzien dat het leven een geschenk is, en ontwikkeling, goede wil en verlangen een vorm van genade.

De onrustige, vijandige aardse werkelijkheid is altijd verschrikkelijk dominant aanwezig. Het vergt van een mens geestelijke kracht en discipline en doorzettingsvermogen om naar zijn zielsverlangen te blijven luisteren. Gedisciplineerd bezig zijn met dagelijks werk is een krachtige methode om dat te ondersteunen.

Verlichting kent evenveel verschijningsvormen als er situaties zijn waarin het een mens lukt om met rust en liefdevolle aandacht in het leven te staan. Ieder mens kan dus ontdekken soms verlicht te zijn, in verschillende levenssituaties. Maar onverwachte, nieuwe moeilijke situaties kunnen zich een mensenleven lang voordoen.

Verlichting is een levenslang leerproces dat dankzij de genade van Hogerhand voortgang vindt.

Verlichting straalt uit naar andere mensen; het woord zegt het al. Vandaar dat mensen met een hoge graad van verlichting ervaren kunnen worden als een zegen in de wereld.

 

 

Het onuitspreekbare Al, God, de Oerkracht, de Onnoembare

Niemand kent het Onuitspreekbare Al, God, de Oerkracht, de Onnoembare maar het Onuitspreekbare Al, God, de Oerkracht, de Onnoembare kent iedereen. De ziel van de mens verlangt de weg omhoog te gaan. Het zijn onbegrijpelijke krachten die aan hem trekken. De zeggenschap daarover onttrekt zich aan zijn vrije wil. Hij kan slechts zijn verlangen volgen en dankbaar zijn voor wat hij als pure genade in zijn leven ervaart.

 

Een mens kan zich zijn hele leven blijven ontwikkelen, bij wijze van spreken tot in de laatste uren op zijn sterfbed. Het vergt liefdevolle aandacht, en inzet, en discipline, en doorzettingsvermogen, en geduld, en vertrouwen. Wie de weg van de eigen ziel gaat kan rekenen op hulp van Hogerhand. En die komt in de mate waarin en op het moment waarop het passend is bij de mens die eerlijk zijn weg zoekt. Of als hij er hartstochtelijk om vraagt......

 

 

 

Woestijndagen

 

Enkele teksten uit mijn boek

'Het leven leren leven, over praktische mystiek'

(Uitg. Lannoo n.v., Tielt, 2002)